Als U dit interessant vindt, wilt U misschien meer lezen over enge politici, vrijmetselaars en illuminati. Zie daarvoor de keuzes hierboven. Succes.

 

Aankondiging van de film De Nieuwe Wildernis, gemaakt over de Oostvaardersplassen

 

De Oostvaardersplassen

Pim van Kesteren

 

 

Aan de rand van Flevoland tussen Almere en Lelystad is spontaan een inmiddels internationaal bekend natuurgebied ontstaan, de Oostvaardersplassen. In de afgelopen jaren kwam het gebied echter op negatieve manier in het nieuws doordat tijdens de winter duizenden van de herten, paarden en koeien, uitgezet om bosvorming tegen te gaan, door hongersnood stierven. Opvallend daarbij is dat de beheerder Staatsbosbeheer hardnekkig blijft vasthouden aan het idee van spontane ontwikkeling (geen menselijk ingrijpen) tegenover natuurlijke ontwikkeling (streven naar een evenwichtig inheems ecosysteem). Hoe dan ook mocht er lange tijd blijkbaar geen bos en beschutting voor de dieren in het randgebied ontstaan.

 

Nadat in 1968 de polder ten zuiden van Lelystad in 1968 grotendeels was drooggevallen, bleef in het laagstgelegen gebied nog lange tijd water staan. Vanuit de lucht werd hier voorlopig riet uitgezaaid. Al snel vestigden zich grote aantallen watervogels, waaronder verschillende soorten die bijna uitgestorven waren in Nederland of hier niet meer voorkwamen. Om de vogels te beschermen en het water vast te houden werd er in 1975 rondom het gebied een kade aangelegd. In 1982 werd de nieuwe spoorlijn naar Lelystad er niet dwars doorheen maar met een boog omheen aangelegd. Met de aanleg van de kades en de spoorlijn werden de grenzen vastgelegd: een moerasgebied van 3600 hectare en een grasland van 1880 hectare. In het laatstgenoemde gebied, de Randzone genoemd, werden 34 Heckrunderen en 18 konikpaarden losgelaten in 1984 om door middel van begrazing het gebied voor een deel open te houden voor weidevogels. In 1992 kwamen daar nog 44 edelherten bij. De laatstgenoemde vreten ook aan de bomen en voorkomen zo dat er een uiteindelijk een aaneengesloten bos ontstaat. Sinds 1996 is het beheer in handen van Staatsbosbeheer die het overnam van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders.

Topografische kaart van de Oostvaardersplassen met in het noordwesten het grillig gevormde moerasgebied en in het zuidoosten de begraasde Randzone met rechtere kavelgrenzen

 

Reeds in 1986 kreeg het gebied vanwege de spontaan ontwikkelde natuurwaarden de status van Staatsnatuurmonument. Oorspronkelijk was het hoofdzakelijk bedoeld voor nieuw aan te leggen industrie maar de plannen daarvoor werden definitief in de ijskast gezet. Inmiddels zijn de Oostvaardersplassen wettelijk aangewezen als een gebied volgens Natura 2000 voor de bescherming van 31 beschermde vogelsoorten. In het bijbehorende beleidsplan is opgenomen dat het randgebied begraasd wordt om een halfopen vlakte als fourageergebied voor onder andere brandganzen in stand te houden.

 

De plassen zijn een bijzonder succesvol beschermd gebied voor broedende en doortrekkende vogels gebleken, zoals lepelaars, aalscholvers, zilverreigers, baardmannetje en roerdomp. Sinds 2006 broedt er zelfs de zeldzame zeearend en sinds 2010 hebben ook raven er hun nest. Vanwege de enorme rijkdom aan vogels in het moerasgedeelte en de spectaculaire rondtrekkende kuddes paarden en runderen op het grasland is van de Oostvaardersplassen in 2013 een film gemaakt, De Nieuwe Wildernis. Er is ook een spel in de handel gebracht naar aanleiding van de film. Inmiddels heeft het gebied zelfs internationale bekendheid gekregen en zijn er al vele buitenlandse documentaires over gemaakt.

Edelherten en ganzen

 

Aan het eind van de vorige eeuw kwam er echter ook een maatschappelijke discussie over het lot van de grote grazers in de Oostvaardersplassen op gang. Er verschenen namelijk foto's van uitgemergelde koeien en paarden in de media. Normaal worden boeren of veehouders hard aangepakt door de Inspectie van het Ministerie van Landbouw als zij hun dieren verwaarlozen. Er is immers een Welzijnswet voor Dieren. Door de mens gehouden dieren moeten goed worden verzorgd maar voor het beheer van de Oostvaardersplassen geldt minimaal menselijk ingrijpen, zoals is vastgelegd in de wet en uitgewerkt door een Beleidscommissie. Verwaarlozing is dus juist de opzet, ook als er dieren verhongeren. De uitgezette Heckrunderen, konikpaarden en edelherten hebben zich echter enorm vermeerderd, waarbij er sprake is van rond de 5000 grote grazers aan het begin van elke winter. Het gemiddelde aantal grazers in de Randzone benadert dan 2,5 dieren per hectare, wat een veel hogere graasdruk betekent dan in bijvoorbeeld de intensieve veehouderij.

 

Reeds in maart 1999 werden er door de VVD kamervragen gesteld vanwege de groeiende bezorgdheid onder de bevolking. In de winter ervoor was namelijk 13% van de wilde runderen door ondervoeding gestorven. In latere jaren kwam het verschillende keren zelfs voor dat tussen de 30 en 40% van de paarden, runderen en/of edelherten stierven of afgeschoten moesten worden gedurende de winter. In totaal zijn naar schatting meer dan 30.000 dieren (vooral herten) in de Oostvaardersplassen in de afgelopen jaren door uitputting of honger overleden of door Staatsbosbeheer afgeschoten.

 

Een steeds terugkerend punt van discussie betreft het al of niet wild zijn van de Heckrunderen en konikpaarden. Omdat het een bij wet aangewezen natuurgebied is, geldt officieel dat het om wilde dieren gaat. Dat de paarden en runderen wettelijk als wild worden gezien, hoeft echter nog niet te betekenen dat zij ook biologisch gezien wild zijn. De grazers vertonen voor een deel wel wild gedrag zoals kuddevorming. Daar staat tegenover dat het hele gebied afgesloten is met hekken, zodat de kuddes niet verder kunnen trekken naar gebied waar misschien nog voedsel te vinden is. Tevens zijn er geen roofdieren aanwezig om de populaties op een natuurlijke wijze op peil te houden. Veel gewone (en dus belasting betalende en stemmende) mensen zien de paarden en runderen niet als wilde, maar als gedomesticeerde dieren, ook omdat bijvoorbeeld de konikpaarden niet wegvluchten maar juist op mensen afgaan. Bij de edelherten zijn er vanuit het publiek duidelijk minder klachten als deze door uitputting of honger omkomen. Men beschouwt deze veel schuwere dieren blijkbaar meer als echt wild en accepteert dat zij door honger omkomen. Daarbij hoort dan wel de kanttekening dat sterven door honger een natuurlijk en waarschijnlijk voor het publiek aanvaardbaar proces is, als de dieren voorkomen bij veel lagere aantallen dan nu het geval is in het randgebied. De duidelijke overbevolking roept waarschijnlijk veel weerstand op. Wilde dieren moeten in ieder geval een kans krijgen om te overleven in de natuur.

Door honger en uitputting gestorven paarden

 

Opvallend is de halsstarrigheid waarmee Staatsbosbeheer blijft vasthouden aan iets wat eigenlijk een vreemd begrazingsexperiment is. Het gebied is namelijk niet erg geschikt voor begrazing door paarden of koeien, doordat de grond veel klei en geen organisch materiaal bevat. Organische resten houden langere tijd vocht vast maar dergelijk materiaal zit nog niet in de bodem van de recent drooggelegde polder. De klei maakt de grond dan wel vruchtbaar maar zorgt er ook voor dat er een harde bovenste laag ontstaat, zodra de grond iets opdroogt. Daarom is de lichte kleigrond van de Randzone minder geschikt voor ondiep wortelende gewassen zoals gras. Daarom ziet U in Zuidelijk Flevoland ook vooral akkers met aardappelen of suikerbieten maar geen weilanden met koeien. 

 

In feite is er door overbegrazing inmiddels een kaal en soortenarm erosielandschap ontstaan in het gebied buiten de kades. De ree die zich spontaan gevestigd had, is er verdwenen en kleine knaagdiersoorten zoals veldmuis, haas en konijn komen er nauwelijks nog voor. Daardoor zijn er ook geen roofvogels meer die deze dieren als voedsel gebruiken. Bedreigde vogelsoorten zoals blauwborst, rietzanger en groenling waarvoor het gebied eigenlijk bedoeld was, zijn voor een groot deel of helemaal verdwenen. De natuur in het randgebied bestaat grof gezegd alleen nog maar uit een kortgehouden weiland, dode bomen en een enorme overmaat aan grote grazers die in de winter massaal doodgaan of afgeschoten moeten worden. Deze situatie wordt zo beschreven in bijvoorbeeld rapporten van Vereniging Het Edelhert (2010) of van de Externe Begeleidingscommissie (2018), maar U kunt het ook snel zelf constateren vanuit de langs rijdende trein.

Grondverzet en bomenkap voor strak uitgetekende aansluiting van het Oostvaardersveld (links voor de aansluiting en rechts erna)

 

Opvallend is verder dat Staatsbosbeheer graag wil dat het gebied zich spontaan blijft ontwikkelen, maar tegelijk wel grote aannemers aan het werk zet voor ingrijpende veranderingen aan het landschap. Zo werd in 2014 een vreemde Natuurboulevard aangelegd in het Kotterbos en werd in het Oostvaardersveld begonnen met de aansluiting op de Oostvaardersplassen. Vanwege aansluiting is in het Hollandse Hout in 2017 ook een begin gemaakt met het graven van een slenk (watergeul). Bij alle projecten - hoe zou het anders kunnen - kapt men grote stukken bos en worden er enorme hoeveelheden grond verplaatst voor nieuwe waterpartijen. Merk op dat men dus niet uitgaat van bestaande landschapselementen maar dat elk nieuw watertje strak ontworpen wordt op de tekentafel. Merk ook op dat voor de ontwikkeling van natuur tegenwoordig dus altijd massaal bomen worden omgehakt en dat vooral zware graafmachines worden ingezet voor natuurbeheer. Het weghalen van bos door natuurorganisaties is des te vreemder, als U zich realiseert dat Nederland weinig bos heeft (slechts 8% van de oppervlakte van ons land) en dat de hoeveelheid bomen in ons land zelfs langzaam afneemt.

 

De voortdurende herinrichting, van landbouwgrond naar natuurgebied en bijvoorbeeld daarna weer naar landbouwgebied, is bovendien inmiddels de belangrijkste reden voor de relatieve soortenarmoede aan planten en dieren in ons land. De milieuvervuiling is in de afgelopen jaren dan wel sterk afgenomen zodat vlinders en kikkers weer terugkomen, maar voor bijvoorbeeld de grootste inheemse kever, het vliegend hert, is dat niet genoeg. De larven van deze kever verblijven namelijk vier tot zes jaar in de grond. In een land zoals Engeland lopen deze kevers in de zomer in de stad gewoon over straat, doordat parken en natuurgebieden daar met rust worden gelaten. In ons land krijgt het dier domweg de kans niet om zich voort te planten, doordat zo ongeveer elke vierkante meter grond om de paar jaar omgewoeld wordt bij een ruilverkaveling of alweer een herinrichting van de omgeving. Oudere natuurgebieden vertonen over het algemeen de hoogste soortenrijkdom maar lopen in Nederland ook de grootste kans om opnieuw ingericht te worden. Het is bijzonder vreemd dat juist natuurorganisaties meedoen bij de voortdurende herinrichting van het landschap.   

Links het ontwerp voor het Oostvaarderswold en rechts de bestaande natuurverbinding van de Grote Trap die meer dan 10 keer zo breed zou moeten worden

 

Voor de aansluiting tussen de Oostvaardersplassen en het bosgebied bij Zeewolde is door de provincie Flevoland het plan Oostvaarderswold ontwikkeld. De bedoeling is dat met deze ecologische verbindingszone de uitwisseling van planten en dieren tussen de natuurgebieden mogelijk wordt en dat de kuddes konikpaarden vanuit de Oostvaardersplassen over een groter gebied kunnen rondtrekken. Voor het totale plan (grond, ecoducten over kanaal en snelweg) is echter maar liefst bijna 400 miljoen euro nodig terwijl er 37 boerderijen met 1.800 hectare uitstekende landbouwgrond voor moeten worden opgeofferd. De verbinding is namelijk overdreven breed (1,3 km) opgezet en omvat (voor slechts een verbindingszone) net zoveel oppervlakte als 5 of 10 gewone natuurgebieden bij elkaar. Vanwege de protesterende boeren en omdat de rijksoverheid niet wilde bijdragen, ging het plan in 2012 voorlopig in de ijskast.

 

Het merkwaardige aan het ontwerp voor het Oostvaarderswold is niet alleen de steeds weer terugkerende tekentafeldictatuur, maar ook het gegeven dat er reeds een natuurverbinding ligt. Dat is het natuurgebied de Grote Trap van het Flevo-landschap, een iets meer dan 100 meter brede strook van bijna 9 kilometer lang op een traject dat oorspronkelijk vrijgehouden werd voor de aanleg van een weg. In dit gebied is al 3,4 miljoen euro besteed aan de aanleg van natuurlijke oevers en een recreatiefietspad. Uitvoering van het plan voor het Oostvaarderswold betekent dus kapitaalvernietiging op kosten van de belastingbetaler en de volledig nieuwe inrichting (plus bomenkap) van een gebied dat nog maar net ingericht is. Een veel aanvaardbaarder en goedkoper alternatief krijgt men echter als er aan weerskanten van de Grote Trap alleen maar extra stroken, bij voorbeeld 50 meter breed, met ondoorzichtig bos zouden worden aangelegd. Dieren trekken immers langs bosranden.

 

Het volgende klinkt U waarschijnlijk vreemd in de oren. De tekentafeldictatuur met bijbehorende kapitaalvernietiging en de voortdurende grootschalige inzet van grondverzettende aannemers bij het beheer van de natuur rond bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen wijzen op de aanwezigheid van vrijmetselaars. Vrijmetselaars vormen een geheim genootschap met rond de 7000 leden in Nederland. Zij herkennen elkaar en helpen elkaar in het geheim naar de top binnen het openbare bestuur en de aannemerswereld, waar zij vervolgens elkaar opdrachten in de hand spelen. Projecten met massale bomenkap zoals de Natuurboulevard worden zogenaamd gedaan voor meer soortenrijkdom maar een dergelijke doelstelling is eveneens te behalen door middel van meer variatie langs de bosranden. Het doel lijkt dus niet zozeer behoud van soortenrijkdom en natuurbehoud als wel werkverschaffing voor bevriende vrijmetselaaraannemers te zijn.

 

Wat namelijk vooral in het (natuur!) gebied van de Oostvaardersplassen opvalt, is de aanwezigheid van on-Nederlandse en lelijke architectuur en - hoe zou het anders kunnen - een pyramide. Dat is het beheergebouw dat in 2018 ijlings gesloopt werd, zogenaamd omdat het slecht geïsoleerd was. Als slechte isolatie een reden voor sloop is, kunnen er echter miljoenen huizen in Nederland tegen de vlakte. Aan slechte isolatie is ook wat te doen door betere isolatie aan te brengen. Misschien kreeg het gebied te veel aandacht van de media en moest het opvallende vrijmetselaarssymbool daarom snel weg. De belastingbetaler draait immers wel weer op voor deze kapitaalvernietiging. De opvallende architectuur, gecombineerd met steeds weer de inzet van grote aannnemers voor natuurbeheer, geeft min of meer aan dat de Oostvaardersplassen van een natuurproject verworden is tot de speeltuin van een paar hooggeplaatste vrijmetselaars met hun obsessie voor pyramides en lelijke architectuur. Vergelijk het krampachtig vasthouden aan een ontwerp bijvoorbeeld ook met de komende Almeerse Floriade (oorspronkelijk begroot op 77 miljoen euro, een vrijmetselaarsgetal) waar planten en bomen niet naar grond- en lichtbehoefte maar volgens alfabetische volgorde gerangschikt zullen worden in geometrisch uitgezette kavels.

Rare en niet bij een natuurgebied passende architectuur in de Oostvaardersplassen: Bezoekerscentrum (architect Evelien van Veen), Buitencentrum (door Dieter Blok en Sander van Veen) en inmiddels gesloopt Beheergebouw

 

Waarschijnlijk vindt U het idee van een vrijmetselaarsproject alleen maar absurd. Dan moet U zich wel realiseren dat wij in Nederland nauwelijks invloed hebben op ons openbare bestuur. Er is geen juryrechtspraak, burgemeesters worden niet gekozen net zo min als de minister-president, en er is geen mogelijkheid voor een referendum. U kunt alleen maar om de paar jaar volksvertegenwoordigers kiezen. En of U op linkse of rechtse politieke partijen stemt, maakt tegenwoordig niets meer uit. Elke keer komt er weer een landelijke regering die rustig verder gaat met bijvoorbeeld internationalisering en de verpaupering van Nederland. Ons land wordt bestuurd door regenten die niet rechtstreeks gekozen zijn en van wie het functioneren niet meer gecorrigeerd kan worden door de bevolking. Dit maakt Nederland tot een ideale experimenteerruimte voor personen uit organisaties met een verborgen agenda zoals de vrijmetselarij.

 

In het tijdschrift Conservation Biology verscheen een ingezonden brief van Luiz Oliveira-Santos en Fernando Fernandez in 2010 die zich beklaagden over "Frankenstein ecosystems." Daarmee worden natuurgebieden bedoeld, waarbij met een lappendeken van niet-inheemse dieren kunstmatig geprobeerd wordt een ecosysteem na te bootsen. Eigenlijk is het een toepasselijke term voor de Oostvaardersplassen. De uitgezette edelherten zijn nog wel inheems en de konikpaarden, product van uitgebreide terugkruisingen, lijken in grote lijnen op de uitgestorven wilde tarpan die voorkwam op de steppen in Europa. De Heckrunderen zijn echter een kruisingsproduct van slechts enkele runderrassen. Daarmee is het eerder een halfgedomesticeerd dan een wild dier. Het ras is gemaakt door de gebroeders Heck in Duitsland in de dertiger jaren van de vorige eeuw en komt wat uiterlijk en grootte betreft nog niet in de buurt van de wilde oeros, zoals wel de bedoeling was. Hoe dan ook is het gebied van de Randzone niet natuurlijk, doordat in ons land een halfopen bosgebied de natuurlijke eindvegetatie is, waarbij inheemse grote grazers zorgen voor open plekken en vernieuwing van het bos. Grasvlaktes met daarop rondtrekkende kuddes wilde paarden horen meer bij bijvoorbeeld de Hongaarse poesta waar vanwege weinig regenval geen bomen kunnen groeien.

Heckrund, het ras paste bij de idealen van de Duitse nazi's over raszuiverheid; Lutz Heck was lid van de SS en het Heckrund werd gebruikt voor nazipropaganda, introductie van het ras in Engeland stuitte daarom op weerstand

 

Naar aanleiding van de protesten vanuit de bevolking en het rapport van de Externe Begeleidingscommissie onder leiding van voormalig staatssecretaris Pieter van Geel ondertekende Staatsbosbeheer met de Provincie Flevoland in 2018 een convenant voor een nieuw beheer van de Oostvaardersplassen. Er is nu afgesproken dat het aantal grote grazers onder de 1500 dieren zal worden gehouden. Het gebied zal daarbij eindelijk ook wat meer toegankelijk worden gemaakt voor het publiek. Verder wordt 500 hectare van de Randzone omgezet in een meer moerassig gebied en wordt 300 hectare beplant met struiken en bomen voor een meer bosachtig terrein dat over een paar jaar beschutting moet gaan geven aan de dieren.

 

Het aantal van 1500 grote grazers op de resterende 1080 hectare van het randgebied is echter nog steeds veel te hoog. Bij de intensieve veeteelt wordt de regel van ongeveer 2,0 dier per hectare grasland aangehouden. In de Randzone van de Oostvaardersplassen zou dat aantal vele malen lager moeten liggen, omdat (a) de dieren daar het hele jaar buiten lopen in tegenstelling tot melkkoeien die een half jaar op stal staan en bijgevoerd worden, (b) de grasvlaktes niet bemest worden met kunstmest zoals dat wel gebeurt bij intensieve veehouderij, (c) het gras gedeeld moet worden met grazende ganzen, (d) de kleibodem niet erg geschikt is voor begrazing zodat erosie dreigt, en (e) door overbegrazing grote oppervlakken zijn ingenomen door het dieper wortelende maar niet-eetbare jacobskruiskruid. In een meer natuurlijke situatie is er in het randgebied waarschijnlijk ruimte voor slechts enkele honderden grote grazers.

Przewalskipaarden (niet inheems) en inheemse wisenten in Natuurpark Lelystad (foto Wil en Mathé)

 

Beheer van het randgebied van de Oostvaardersplassen kan gemakkelijk anders, zoals het Flevo-landschap een paar kilometer verderop laat zien in Natuurpark Lelystad. Daar verblijven verschillende inheemse soorten zoals wilde zwijnen, otters, herten en wisenten in een min of meer natuurlijke en halfopen omgeving van bos afgewisseld met grasvlaktes. Het beheer van de dieren in dit park is niet omstreden bij de bevolking en er worden geen demonstraties georganiseerd.

 

Men had een veel meer natuurlijke en voor het publiek meer acceptabele situatie gekregen, als er in de Randzone van de Oostvaardersplassen bijvoorbeeld edelherten, wisenten en zogenaamde Exmoorpony's als grote grazers waren uitgezet en deze op veel lagere aantallen waren gehouden zodat er meer bomen waren blijven staan. De laatstgenoemde grazer is een schuw en duidelijk wild paard en hoort bij een halfopen bosgebied, terwijl het konikpaard minder wild en eerder een steppepaard is. De introductie had kunnen gebeuren in combinatie met een inheems roofdier zoals de lynx. Kleine aantallen grazers hadden dan samen met de spontaan gevestigde reeën en brandganzen een gedeeltelijk open gebied voor de weidevogels in stand kunnen houden, met bijvoorbeeld eens per jaar een maaibeurt wanneer het jacobskruiskruid bloeit. De lynx had kunnen zorgen voor een meer natuurlijk gedrag van de dieren. In plaats daarvan heeft men van het randgebied eigenlijk een overbevolkt rariteitenkabinet gemaakt, met een incompleet ecosysteem, met een steppelandschap dat niet bij Nederland hoort, met intensieve begrazing die niet bij de Flevolandse kleibodem past en met dieren die niet echt wild of niet inheems in Nederland zijn. Waarschijnlijk zorgt dit mede voor de negatieve stemming bij het publiek over de Oostvaardersplassen.

 

In feite is er rond het rariteitenkabinet van de Randzone een heuse propagandaoorlog ontstaan. Tegenstanders van het beheer van de Oostvaardersplassen tot nu toe, vooral gewone mensen uit het publiek, vinden dat de paarden en koeien beter verzorgd moeten worden. Daar tegenover staan verschillende mensen uit - zeg maar - de bestuurlijke elite zoals burgemeesters en wethouders die ronduit lyrisch worden over het on-Nederlandse landschap van kaal gevreten grasvlaktes met daarop kuddes rondtrekkende grote grazers. De film De Nieuwe Wildernis lijkt eigenlijk sterk op een propagandafilm die opzettelijk gemaakt werd als tegengewicht voor de foto's van stervende Heckrunderen en konikpaarden, genomen in het begraasde randgebied. De opvallende propagandaoorlog rond de grote grazers in de Oostvaardersplassen heeft ertoe geleid dat er inmiddels geen normale discussies meer mogelijk zijn op bijvoorbeeld forums op het internet.

Samengevat zullen de veel te grote aantallen grazers en de aanwezigheid van niet als wild geaccepteerde Heckrunderen en konikpaarden aanstoot blijven geven bij het publiek. Daarnaast geven de lelijke on-Nederlandse architectuur, de ijlings gesloopte pyramide en steeds weer de inzet van grote aannemers bij de inrichting van het landschap een invloed van vrijmetselaars op het project aan. Het vreemde apocalyptische landschap in de Randzone vormt dan misschien hun boodschap: natuur hoort niet natuurlijk te zijn maar moet voldoen aan een strak ontwerp wat betreft diersoorten en omgeving. Voor de vrijmetselaarselite kunnen dieren en gewone mensen voor de rest doodvallen. En het is nu wel duidelijk dat vrijmetselaars (en natuurorganisaties) niet van bomen houden. Voor de dieren en de natuur van de Oostvaardersplassen zou het echter beter zijn als het beheer ervan wat meer zou lijken op dat van Natuurpark Lelystad. Dat zou ook zorgen voor meer acceptatie bij het publiek en bij de omliggende terreinbeheerders. Deze hoeven dan niet meer bang te zijn dat hun bossen ook kaalgevreten zullen worden zodat zij waarschijnlijk eerder bereid zullen zijn om aan te sluiten.

Merk op dat van het Natuurpark Lelystad geen bordspel is gemaakt, de elite is alleen enthousiast over de Oostvaardersplassen