(Als U dit interessant vindt, wilt U misschien meer lezen over enge politici. Zie daarvoor de keuzes hierboven. Succes.)

 

 

Het Nederlandse volk heeft nauwelijks meer invloed in de Europese Unie. Als land kunnen wij niets meer doen tegen de extreme bureaucratie of staatsterreur van de EU. Het enige zinnige dat wij nog kunnen doen, is ons lidmaatschap opzeggen en in plaats daarvan vaste handelspartner worden van de EU.

 

 

 

DE KOMENDE POLITIESTAAT

Pim van Kesteren

 

Professor A.C.Q. Tak, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Maastricht, stelde enkele jaren geleden dat wij niet langer meer in een democratische rechtsstaat maar in een dictatuur leven. Advocaat A.F.M. de Kok noemt Nederland zelfs een politiestaat. Verschillende juristen hebben met gelijkgestemden inmiddels een Platform Herstel Rechtsorde opgericht (http//groepzuid.nl). Op het internet vindt U inmiddels vele pagina's waar gediscussieerd wordt over het gebrek aan democratie in Nederland en zelfs over een komende politiestaat. Wat is er aan de hand?

 

Het gaat niet over eventuele veranderingen van de grondwet en onze grondrechten. Deze zijn de afgelopen jaren vrijwel ongewijzigd gebleven. De hierboven beschreven, breed beleefde bezorgdheid gaat over de manier waarop de overheid de in de grondrechten aangegeven uitzonderingen uitwerkt. Die uitwerking, vastgelegd in recente wetgeving, staat regelmatig haaks op wat de Nederlandse bevolking als algemeen aanvaarde burgerrechten beschouwt.

 

I  Inbreuken persoonlijke levenssfeer

In de eerste plaats valt op dat de overheid de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen heeft, die de bescherming van onze persoonlijke levenssfeer aantasten. Wij hebben in Nederland niet meer het recht met rust gelaten te worden, zolang wij maar niets strafbaars doen. Vanaf 1 januari 2005 moet iedereen op straat zich namelijk kunnen identificeren op verzoek van opsporingsambtenaren, als daar aanleiding voor is. Deze verplichting werd ingevoerd onder het mom van terrorismebestrijding. In de praktijk blijken aanleidingen echter makkelijk gevonden te worden of zelfs helemaal niet nodig te zijn. Er is nu ook een Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens waarin geregeld is dat alle verkeersgegevens van telefonie een jaar en van internet een half jaar worden.

 

Naast deze officiële archieven kan de overheid straks ook andere gegevens verzamelen van haar burgers. Met de invoering van de OV-chipkaart is het namelijk in principe mogelijk van iedere passagier elektronisch bij te houden hoe vaak men waarheen reist. Voor automobilisten kan hetzelfde worden gedaan met de oplaadbare parkeerpas en met het rekeningrijden. Door middel van alle genoemde wetgeving is de overheid steeds meer in staat een kolossaal elektronisch archief op te bouwen, met daarin eigenlijk alleen gegevens van burgers die geen strafbare feiten begaan hebben. Alle voorbeelden staan in ieder geval op gespannen voet met de algemene strekking van de artikelen 10 (bescherming persoonlijke levenssfeer) en 13 (briefgeheim, telefoongeheim, telegraafgeheim) in onze grondwet.

Het verontrustende daarbij is dat de lijst van mogelijke inbreuken op de persoonlijke levenssfeer voortdurend langer wordt. Denk maar aan de invoering van het Burger Service Nummer waarmee bestanden met persoonsgegevens van verschillende overheden gekoppeld worden. Ook komen in steeds meer steden camera's met gezichtsherkenning.

 

II  Beperking beroep tegen de overheid

Het tweede burgerrecht dat steeds meer in gedrang lijkt te komen, is het recht om in beroep te gaan tegen beslissingen van de overheid. Sinds in 1994 de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de Wet Arob verving, is het niet meer voorgekomen dat een individuele burger zijn gelijk haalde bij de Raad van State. Dat is de instantie die oordeelt over bestuurskwesties. In de nieuwe wet wordt namelijk uitgegaan van het algemene belang, zoals dat behartigd wordt door een zogenaamd democratisch gekozen, openbaar bestuur. De individuele burger blijkt daarbij vanaf het begin kansloos te zijn, ook als die inhoudelijk toch echt gelijk heeft.

 

Belangrijk daarbij is dat de landelijke overheid ook verzuimd heeft om met sluitende wetgeving het gat te dichten, dat door het zogenaamde Pikmeer-arrest geslagen is in de bescherming van de burger tegen een stuntelende overheid. Bij dat arrest werd vastgelegd dat lagere overheden niet vervolgd kunnen worden voor strafbare feiten.

 

Wel voert de landelijke overheid sinds de aanleg van de Betuwelijn bij allerlei wetten een zogenaamde versnelde procedure in. Met bijvoorbeeld de nieuwe aanpassing van de Wet luchtvaart kan de Inspectie Verkeer en Waterstaat in bijzondere gevallen met spoed vrijstelling van milieuregels verlenen voor het gebruik van het banenstelsel rond Schiphol. De omwonenden kunnen daar niets meer tegen doen.

III  Minder inspraak

Het derde algemeen aanvaarde burgerrecht dat de laatste jaren uitgehold wordt, is het recht op inspraak. Steeds meer gemeenten (Alkmaar, Nieuwegein, Almere) kennen tegenwoordig namelijk een zogenaamde participatieregeling. Waar het eerst nog mogelijk was om bezwaarschriften tegen bepaalde bouwplannen in te dienen, is het met de nieuwe regeling slechts mogelijk visies te geven op door de raad genomen besluiten. Die besluiten zijn immers zogenaamd democratisch genomen en de wethouder heeft immers zogenaamd het mandaat van de kiezer. Daarbij wordt voor het gemak genegeerd dat de opkomstpercentages voor gemeenteverkiezingen vaak erg laag zijn. Opvallend is ook dat de gemeenten daarbij zelf aanwijzen wie mag participeren en wie niet.

 

Een hardere overheid

Tegelijk met de uitholling van burgerrechten is de overheid zich steeds harder tegenover de burger op gaan stellen. Wie te laat zijn belastingaangifte indient (en dus niet eens fraudeert) krijgt een forse boete. Ook bij lichte snelheidsovertreding worden al snel boetes opgelegd. De hoge bestuurlijke boetes, die eigenlijk vooral gericht zijn tegen de gewone burgers, staan in schril contrast met de straffen die justitie oplegt. In vergelijking met de hoge bestuurlijke boetes worden plegers van moord, verkrachting of geweld namelijk juist heel mild gestraft.

 

Een zorgelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren, en iets wat toch echt past bij een overgang naar een gevaarlijk fascistisch bestuur, is de keiharde aanpak van bekende mensen die op enige manier hinderlijk zijn voor de overheid. Het Tilburgse raadslid Hans Smolders werd bijvoorbeeld met twaalf man politie en recherche uit zijn huis gehaald, omdat hij zich niet aan de geheimhoudingsplicht had houden. Hij had informatie over onterechte wachtgeldregelingen voor oud-raadsleden verteld aan de pers. De internetcriticus Hans Holtrop werd met evenveel vertoon van macht gearresteerd na een aangifte vanwege discriminerende teksten over de islam. De tekenaar Gregorius Nekschot werd op dezelfde manier opgepakt omdat zijn spotprenten beledigend voor minderheden zouden zijn. De voorzitter Jan van der Land van een groep dissidenten binnen het CDA werd gearresteerd, omdat zijn brieven een bedreiging zouden bevatten voor de CDA-top. De rond 80 jaar oude publicist in de Telegraaf, Bob Smalhout, werd 's nachts van zijn bed gehaald door een arrestatieteam vanweg een (antieke) wapenverzameling. Bij al deze aanhoudingen was sprake van overdreven inzet van politie terwijl de verdachten niet bekend stonden als vuurwapengevaarlijk. In de jaren dat deze arrestaties plaatsvonden, was Ernst Hirsch Ballin namens het CDA minister van Justitie.

 

Machtiger internationale organisaties

Niet alleen de Nederlandse overheid wordt steeds groter, machtiger en harder. Ook de EU is inmiddels van een verband voor economische samenwerking veranderd in een superstaat, inclusief een niet-gekozen voorzitter met de status van President.

 

Een bijzonder gevaarlijke wet in EU-verband is het Europees Arrestatiebevel (EAB). Een Nederlandse ingezetene kan worden gearresteerd en uitgeleverd aan een ander EU-land, zelfs voor een feit dat in Nederland niet eens stafbaar is. De Nederlandse rechter kan de rechtsgeldigheid van het verzoek om uitlevering niet controleren en niet tegenhouden. In Bulgarije geldt bijvoorbeeld een zeer strenge antidiscriminatiewet (elke kritiek op religie is verboden) waarmee eigenlijk de meeste Nederlanders in botsing komen. Andere EU-lidstaten hebben wetten waarin opmerkingen als staatsgevaarlijk worden opgevat, die in het Nederlandse debat eigenlijk heel gangbaar zijn. Vervolging is dan in principe mogelijk. Het EAB heeft zo de deur wagenwijd opengezet voor terreur tegen politieke dissidenten.

 

Eigenlijk is het net alsof de media en openbare bestuurders in Nederland en Europa consequent streven naar minder macht voor de burgers en meer macht voor internationale instellingen zoals de EU en de Verenigde Naties. Hoewel bijvoorbeeld de temperatuur op aarde sinds 1999 niet meer gestegen is, wordt er kunstmatig een klimaatcrisis geschapen, waarbij een internationaal IPCC moet aantonen dat er voor de burgers harde en beperkende maatregelen nodig zijn vanwege het milieu.

 

Ook de geldcrisis lijkt speciaal aangewakkerd te zijn om internationale organisaties nog machtiger te maken. Al jaren voor de crisis waarschuwden economen dat er te veel geld uitgeleend was, zonder dat overheden ingrepen. Nu er een crisis is, wordt er door de G20 bijvoorbeeld 1,1 biljoen euro uitgetrokken voor economische ondersteuning maar krijgt tegelijkertijd het IMF meer macht om nationale regeringen tot maatregelen te dwingen.

 

Samenvattend verschuift de macht tegenwoordig steeds meer van de burgers naar de overheid en van de landelijke overheden naar grote internationale organisaties zoals de VN, EU en IMF. Dat is geen prettig vooruitzicht. De politiek moet juist weer bewust kiezen voor herstel van burgerrechten. Dat betekent dat Nederland uit de EU moet stappen en in plaats daarvan vaste handelspartner moet worden. We hoeven niet aan alle grootheidswaanzin mee te doen en ons land is te klein om nog enige invloed in de EU uit te oefenen en democratische hervormingen te eisen. Tenslotte is het verstandig dat Nederland het lidmaatschap van alle internationale organisaties en verdragen opnieuw overweegt. Zijn die nog wel in ons belang?

 

 

 

 

Hieronder volgt een overzicht van potentiële inbreuken in onze persoonlijke levenssfeer.

 

2001 - Invoering van de TAP-verplichting voor het internetverkeer

2002 – De politie mag preventief fouilleren

2005 - Algemene identificatieplicht

2006 – RFID in paspoort (draadloos op afstand uit te lezen)

2006 – Alle openbare aanbieders van e-mail en internet moeten de NAW-gegevens van klanten dagelijks doorgeven aan het CIOT

2006 - Cameratoezicht zonder “toezicht” neemt toe

2007 - AIVD heeft toegang tot alle IND-gegevens

2007 - Anoniem reizen in het openbaar vervoer wordt niet meer mogelijk door ov-chipkaart

2008 - Invoering breed toegankelijk elektronisch kinddossier

2008 - Wet Bescherming Personen wordt aangepast om aan VS alle gegevens van vliegtuigpassagiers te kunnen verstrekken

2009 - Bewaarplicht telecommunicatiegegevens

2009 - Informatie GSM-locatie moet ook 6 maanden worden opgeslagen

2009 - Biometrische kenmerken in paspoort

2009 - Vervoersbewegingen OV-kaart worden 7 jaar opgeslagen

2009 - Uitwisseling DNA-gegevens met andere landen (Verdrag van Prüm) voor opsporen van criminelen

2009 - Verplichting tot tonen van id-bewijs bij het stemmen

2009 - Breed toegankelijk Landelijk Informatiesysteem Schulden voor schulden en achterstallige betalingen

2010 - Wetsvoorstel dat huiszoekingen toestaat bij alle uitkeringsgerechtigden

2010 - Kentekenparkeren bij parkeerautomaat waarbij gegevens voor onbekende tijd bewaard worden

2011 - Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst SIOD krijgt uitgebreidere gegevensbestanden over uitkeringsgerechtigden en mag huisbezoeken afleggen

2011 - DNA-gegevens van familie van verdachten kan worden opgeslagen

2011 - Datamining bij rechtspersonen voor opsporing fraude

2011 - plan voor camerabewaking bij grensovergangen om auto's en vrachtwagens te registreren (@migo Boras)

2012 - Verhuurders krijgen inzicht in inkomensgegevens huurders om scheefhuren te voorkomen

2012 - Naast afluisteren van radio ook afluisteren van internetverbindingen